|
Jaar 2
- De geneesmiddelproef. De homeopathie werkt met stoffen afkomstig van planten, dieren, mineralen, maar ook van mensen, bacteriën en virussen. Het puur innemen van die stoffen zou soms, levensgevaarlijk kunnen zijn. Daartoe verdunnen (potentiëren) we die stoffen (zie de module de potenties in jaar drie). Vaak verandert door het potentiëringsproces de werking van de stof. Om te kunnen zien welke werking geneesmiddelen precies hebben, doen we als homeopaten geneesmiddelproeven. Bij een geneesmiddelproef neemt een groep mensen een homeopathisch geneesmiddel eigenlijk te sterk of te vaak in, waardoor ze de symptomen van het geneesmiddel gaan vertonen. Die symptomen worden nauwkeurig geregistreerd en vormen de basis van een geneesmiddelenbeeld. We leren je in deze module hoe dat proces werkt en welke voorwaarden daarbij van groot belang zijn om zo zuiver mogelijke gegevens te krijgen. Die hebben we immers nodig om te zorgen dat we het juiste geneesmiddel kunnen voorschrijven aan de patiënt.
- Materia Medica. Dit zijn de verzamelde gegevens van geneesmiddelproeven aangevuld met klinische ervaring en casuïstiek. binnen onze opleiding zijn we heel hard aan het werk om deze gegevens op een totaal nieuwe manier te presenteren. Toen de homeopathie begon in het midden van de 19e eeuw, waren de gegevens van de geneesmiddelen lange lijsten van opsommingen. Aan het begin van de 20e eeuw was het J.T. Kent die die opsommingen begon te doceren en op te schrijven in samenhangende beelden: het geneesmiddelbeeld. Nu leert elke homeopaat op die manier zijn geneesmiddelen. In de loop van de laatste 40 jaar zijn onze inzichten echter steeds dieper geworden en nu weten we dat elke geneesmiddel een eigen ontwikkeling heeft. Symptomen en beeld die bij het begin van de ziekteontwikkeling horen en die verderop komen of in een eind stadium. Daarnaast zijn er samenhangen tussen geneesmiddelen, ze lijken op elkaar, delen symptomen, volgen goed op elkaar of juist niet. En soms zijn er opmerkelijke overeenkomsten tussen de grondstof (de plant, het dier het mineraal) en het geneesmiddel. Al die dingen staan opgeschreven in onze Materia Medica readers (die overigens op dit moment één voor één vernieuwd en als boek uitgegeven gaan worden). In deze lessen leren we je welke de belangrijke en veel gebruikte middelen zijn, wat hun typische kenmerken zijn enzovoort. Zodat je leert ze te onderscheiden van de andere middelen. De studie daarvan gebeurt in groepen verwante middelen, bijvoorbeeld op basis van botanische of minerale verwantschap. Elk middel wordt apart behandeld en hun onderlinge samenhang wordt aangeleerd. Daarvan wordt het volgende in dit jaar behandeld:
- Planten 1: Daarin worden de belangrijkste acute middelen behandeld met als belangrijkste familie de composieten (o.a. Arnica)
- Planten 2: Alle planten die sporen maken of naaktzadig zijn. Met daarin een aantal belangrijke grote middelen (o.a. Thuja en Lycopodium)
- Planten 3: Waaronder de ranonkels en schermbloemigen (met b.v. Aconitum en Conium)
- Minerealen 1: Je krijgt een introductie in de minerale geneesmiddelen, maar ook in de basale scheikundige inzichten die nodig zijn om verbindingen tussen minerale stoffen te begrijpen. Ook hier worden de middelen groepsgewijs behandeld. In deze module komen alle halogeen verbindingen aan de orde, fosfor, zwavel, broom, jood enzovoort.
- Repertorisatie. Het repertorium is ook een organisatie van symptomen afkomstig uit de geneesmiddelproeven. Alleen zijn ze hier niet op middelen maar op symptoom georganiseerd. Je kunt dan zoeken op bijvoorbeeld: angst voor honden, en dan zien welke geneesmiddelen dat symptoom hebben. Een handig instrument om te kunnen naslaan welk geneesmiddel passend zou kunnen zijn. We leren je de weg in dit boek waar je wat kunt vinden en je krijgt een heleboel oefeningen waarmee je ook thuis aan de slag kunt. Het repertorium is er ook in digitale vorm. Daar leren we je in de praktijkjaren mee werken. Het is echter van groot belang dat je het eerst met de papieren versie leert, omdat je dan de structuur van het repertorium goed leert. Als je die echt goed kent, kun je met de elektronische versie gaan werken.
- Werkstuk plant. Door zelf een werkstuk te maken over een plant, die wordt gebruikt als geneesmiddel, ga je leren wat de verbanden zijn tussen de manier waarop de plant zich ontwikkelt en groeit en het geneesmiddelbeeld. Een zeer interessant en leerzaam proces.
| 
Belladonna |
|
Jaar 3
- De anamnese. Dit is de tweede belangrijke verdiepingsmodule. Het leert je hoe je in gesprek met je patiënt de juiste gegevens kunt krijgen op grond waarvan je een geneesmiddel kunt gaan voorschrijven. Eigenlijk is dit onderdeel de kern van ons werk als homeopaten. In deze gesprekken, die tussen de één en twee uur duren, proberen we inzicht te krijgen in alle klachten en moeilijkheden, maar ook voorkeuren, sterke en zwakke kanten van de mens die ons bezoekt voor hulp. Als we deze gesprekken niet goed voeren krijgen we niet de goede informatie en kunnen we de ander nooit helpen.
- De analyse. Het verwerven van gegevens en inzicht tijdens het anamnese gesprek is één. Vervolgens moet er met die gegevens iets gedaan worden. We leren je aan de hand van tien stappen de belangrijke gegevens uit het anamnese gesprek te halen die we kunnen gebruiken voor het geneesmiddel voorschrift. Daarbij leren we je te onderscheiden welke klachten en symptomen belangrijk zijn, welke minder.
- De potenties. Homeopathische geneesmiddelen zijn "gepotentieerd". Dat houdt in dat de oorspronkelijke stof verdund en geschud is. Een mysterieus proces en één van de peilers waarop homeopathie berust. Tegelijk ook één van de meest bekritiseerde elementen van de homeopathie. In deze module leren we je hoe dat proces van het maken van de geneesmiddelen verloopt en hoe die verschillende soorten potenties tot stand komen. Daarbij besteden we aandacht aan de werking van die verschillende potenties en hun gebruik in de praktijk.
- Vervolgmodule repertoriseren
- Materia Medica
- Planten 4 Waarin o.a. de nachtschade familie (met b.v. Belladonna)
- Planten 5 De kleinere middelen
- Mineralen 2
Jaar 4
- De behandeling: een module waarin de voorgaande modules worden geïntegreerd tot inzicht hoe een behandeling dient te verlopen.
- Vervolgmodule repertoriseren
- Materia Medica
- Mineralen 3
- Mineralen 4
- Dieren
- Nosoden e.d.
Jaar 5 en 6 (de praktijkjaren)
- Ziekteclassificatie: in deze module, die verspreid over de praktijkjaren, je leert kijken hoe verschillende ziektepatronen met elkaar samenhangen en na elkaar volgen.
- Richtingen in de homeopathie: hier kijken we naar de verschillende scholen en visies op het vak, nieuwe ontwikkelingen en leren we daar kritisch over te denken.
- Eindscriptie: Aan het einde van je opleiding (als je voldoende patiënten zelf behandeld hebt en voldoende studiepunten hebt behaald) maak je van zeven patiënten een overzicht van de behandeling en voegt daar je eigen visie op het vak aan toe alsmede een zelfreflectie over wat je als ontwikkeling hebt doorgemaakt en waar je sterke en zwakke punten liggen.
- Patiënten: Je behandelt, onder begeleiding, zowel in de les als daarbuiten minimaal 12 patiënten met minimaal drie consulten per patiënt. Daarnaast kijk je bij vele patiënten die door je medestudenten behandeld worden via een videosysteem mee. Je leert meedenken en bespreekt de mogelijkheden, moeilijkheden en twijfels met elkaar. Een zeer leerzame periode die je goed voorbereid op het werk na de opleiding.
Medische vakken
Jaar 1
- Anatomie en fysiologie: in drie modules wordt je geschoold in de kennis van de opbouw en werking van het menselijk lichaam.
- Inleiding in de pathologie: een module waarin je de basale processen zoals ontstekingen, oedeemreacties enzovoort leert die bijna bij alle andere vormen van pathologie steeds weer optreden.
- De pathologie van het bewegingsapparaat. Wat kan er allemaal gebeuren met spieren en botten en waar moet je op letten, wat kan je doen.
- Chirurgie: wat komt er kijken bij operaties, wat kun je verwachten naderhand.
Jaar 2
- Maag- en darmziektes: welke zijn er, wat is er aan de hand, waar moet je op letten en wat is gevaarlijk.
- Infectieziekten, pathologie van het immuunsysteem, bloed en hormonen : welke zijn er, wat is er aan de hand, waar moet je op letten en wat is gevaarlijk.
- Hart en longziektes : welke zijn er, wat is er aan de hand, waar moet je op letten en wat is gevaarlijk.
Jaar 3
- Huid en geslachtsziekten
- Nieren en urine wegen
- Gynaecologie, pathologie van de baring
- Neurologische ziekten en pathologie van de zintuigen
Jaar 4
- Psychiatrie
- Geestelijke handicaps
Jaar 5 en 6 (de praktijkjaren)
- Hierin zijn geen medische modules meer, maar er wordt van je verwacht dat je klachten van patiënten kunt verbinden met de reguliere medische diagnoses en kunt inschatten hoe gevaarlijk iets is en of je al dan niet zou moeten doorverwijzen.
|
|
|
Psychologie
Jaar 1
- Ontwikkelingspsychologie: we kijken naar de "normale" ontwikkeling van de mens. Van baby tot bejaarde en wat er in de verschillende levensfasen voor thema´s problemen, ontwikkelingsstadia zijn.
Jaar 3
- Psychologie en psychotherapeutische stromingen: we kijken naar wat er allemaal zoal gedacht en gezegd is over de menselijke psyche, wat is gezond en wat niet. We oefenen en proberen een aantal technieken en ideeën van stromingen in de les om gevoel te krijgen voor wat de kwaliteit is van die stroming en te zien of die blik op de wereld misschien iets is dat bij jou past.
Jaar 4
- Gesprekstechnieken en communicatie: Een vooral praktische module waarin we aan de hand van oefeningen je vaardigheid in het individuele contact proberen te vergroten.
Jaar 5 en 6 (de praktijkjaren)
- Systeemtheorie: In deze module bestuderen we deze stroming in de psychologie/sociologie omdat ze ons inzicht geeft in de verbinding van het individu en zijn omgeving én welke pathologische invloeden daarvan zouden kunnen uitgaan.
Persoonlijke ontwikkeling
Jaar 1 t/m 4
- Elk jaar is er een module persoonlijke ontwikkeling waarin je, binnen het verband van je studiegroep, kijkt naar wie jij bent, waar liggen jouw kwaliteiten, waar je gevoeligheden en zwakke punten, hoe kom je over wat zijn je valkuilen, zodat als je straks met patiënten gaat werken je jezelf zo goed kent, dat je kunt voorkomen dat het over jouw dingen gaat in het consult. En dat je beter kunt begrijpen door wat voor proces je patiënt zou kunnen gaan.
Gespreksvoering
Jaar 1 t/m 4
- Buiten de module gespreksvoering zijn er een aantal modules die gaan over het afnemen van de het homeopathisch gesprek. Je oefent daarin op je studiegenoten, aan de hand van videocasuïstiek en life proefpatiënten, in het stellen van de juiste vragen, het luisteren, het naar voren halen van de dingen die essentieel zijn.
Ethiek van de geneeskunde
Jaar 1
- Dit is een module waarin we kijken naar de ethische kant van het geneeskundig handelen. Wat doe je wel, wat niet en waarom. Waar komen de individuele verschillen vandaan en hoe ga je om met grenssituaties. Kortom hoe is het met onze integriteit gesteld en hoe motiveren wij ons handelen.
Toegevoegde vakken
Jaar 1
- Natuurlijke geneeswijzen. Hierin bestudeer je in grote lijn de eigenschappen en visies van andere natuurgeneeswijzen. Dit om je blik te verruimen, inzicht te krijgen in mogelijke samenwerking, maar ook om te leren zien waarin de andere geneeswijzen zich onderscheiden van de homeopathie.
Jaar 2
- Voedingsleer: voeding is een wezenlijk iets om ons in leven te houden. De kwaliteit van de voeding kan genezend, maar ook pathologisch zijn. Een ondergrond van wat welke voeding doet, helpt je straks een beter genezer te zijn. We kunnen slechts een basis leggen, je zult het zelf verder moeten uitbouwen.
Jaar 5 en 6 (de praktijkjaren)
- Gezondheidsrecht (wetskennis betreffende de gezondheidszorg)
- Structuur en organisatie van de gezondheidszorg (naar wie kan ik
doorverwijzen?)
- Praktijkvoering (hoe zet ik een praktijk op, waar moet ik aan denken
op het gebied van vestiging, belastingen enzovoort?)
Praktijkvakken
Jaar 2 t/m 4
- Elk jaar vragen we je een aantal uren te gaan meekijken in de praktijk van een genezer. In het tweede jaar mag dat nog van elke discipline zijn, maar het 3e en 4e jaar moet dat een homeopaat zijn. Zo krijg je inzicht in hoe mensen in de praktijk werken.
Jaar 3 en 4
- De al eerde genoemde oefenmodules in het afnemen van de anamnese. Niet alleen de gesprekskant krijgt aandacht, maar ook leer je het Cyclisch Analyse Systeem (CAS) gebruiken dat je stapsgewijs door de noodzakelijke fasen van het gesprek tot geneesmiddelkeuze begeleid.
Jaar 5 en 6 (de praktijkjaren)
- In de praktijk werk je onder supervisie van ervaren homeopaten met CAS aan je patiënten en leer je zo de "echte" praktijk. We hebben zelfs speciaal hiervoor een software systeem ontworpen, zodat alle gegevens van de patiënt, student, de uitgewerkte anamneses en ook of een middel gewerkt heeft of niet en de beoordeling van de supervisor, bijelkaar in een bestand zit. Het programma leidt je stapsgewijs door de analyse heen waardoor je een dieper inzicht in je patiënt krijgt en tot een meer gefundeerde geneesmiddelkeuze kunt komen.
Supervisie
Gedurende het vijfde en zesde jaar worden patiënten tijdens de les door
studenten behandeld. Dit gebeurt onder verantwoordelijkheid van de aanwezige
docent. Voor zover de behandeling op school plaatsvindt (telkens twee
consulten per patiënt), wordt van de student geen extra vergoeding buiten
het lesgeld gevraagd. Ook de patiënt betaalt niets. De patiënt kan er
echter voor kiezen de behandeling door de student - bij deze laatste
thuis -voort te laten zetten. Deze vervolgbehandeling dient dan onder
supervisie van één van de docenten plaats te vinden. Voor
de vervolgbehandeling die door de student thuis plaatsvindt, dient de
student zelf de supervisiekosten aan de docent te betalen. Daar staat tegenover
dat de student aan de patiënt een onkostenvergoeding voor het consult
mag vragen. Deze vergoeding mag hoger zijn dan het te betalen supervisiebedrag,
echter niet hoger dan de door de beroepsorganisatie gegeven maximum adviestarieven.
Een andere mogelijkheid is dat de student er voor kan kiezen de kosten rechtstreeks aan de supervisor te laten betalen door de patiënt.
Voordat de student in het vijfde jaar patiënten gaat behandelen, wordt
een supervisiecontract ondertekent waarin de rechten en plichten van
supervisie genoemd zijn.
N.B. De opleiding draagt geen verantwoordelijkheid voor behandelingen
die door studenten zelfstandig buiten de opleiding worden ondernomen.
Studenten die bij herhaling zonder supervisie patiënten behandelen (uitgezonderd
eenvoudige eerste hulpsituaties), kunnen worden uitgesloten van de opleiding.
Na de opleiding, in de beginjaren van de praktijk, bestaat er de mogelijkheid
om individuele supervisie te krijgen van de docenten. Daarnaast worden,
na het behalen van je diploma, met regelmaat op de opleiding terugkomdagen
gehouden waarop de behandeling van je eigen patiënten centraal staat.
Eindexamen
Nadat alle modules behaald zijn, wordt de opleiding afgesloten met een
mondeling eindexamengesprek van ca. een uur. In dit eindexamengesprek
worden zeven patiëntenverslagen besproken die de student heeft geschreven
over de behandeling door de student (onder supervisie) van zeven verschillende
patiënten.
De behandeling van deze patiënten, dient plaatst te hebben gevonden in
het vijfde en zesde jaar van de opleiding.
De student dient minimaal 12 patiënten behandeld te hebben onder supervisie.
De supervisoren dienen erkend te zijn door de opleiding.
De aard van de behandelingen dient gevarieerd te zijn (kinderen en volwassenen met verschillende problematiek).
Iedere patiënt dient gedurende langere tijd gevolgd te zijn; er moeten
telkens tenminste drie consulten zijn geweest.
|