Wie was J.T. Kent?
James Tyler Kent (geboren in Woodhull, New York, in 1849 en overleden in Stevensville, Montana, 1916) was één van de grote homeopaten aan het einde van de 19e eeuw.

James Tyler Kent
Persoonlijk leven
James Tyler Kent was een Amerikaans arts en na Samuel Hahnemann misschien wel de tweede man door zijn bijdrage en toewijding aan de homeopathie. Hij zou kunnen wedijveren om deze positie met Hering en von Boeninghausen. Kent en Hahnemann hebben elkaar nooit gekend, drie jaar nadat de één overleed, werd de ander geboren.
James behaalde zijn artsdiploma in 1870 toen hij 25 jaar oud was. Zijn opleiding bevatte naast de gebruikelijke medische vakken, anders dan in Europa in die tijd, ook homeopathie, natuurgeneeskunde, chiropraxie en andere geneeswijzen. De scheiding tussen wat nu 'alternatief' genoemd wordt en de reguliere medische praktijk was in die tijd in Amerika niet zo strikt gescheiden.
Hij is drie maal getrouwd geweest. Zijn eerste vrouw verloor hij al kort na hun huwelijk aan een ernstige ziekte. In 1874 trouwde hij voor de tweede maal en vestigde zich als arts in Saint Louis, Missouri. Hij wordt beschreven als een streng, oprecht, religieus, hard werkend en consciëntieus mens.
Als arts was hij opgeleid in een zogenaamde 'eclectische' school en hij was lid van het bestuur van de vereniging van eclectische artsen. Toch was hij geen voorstander van de uitgangspunten van deze groepering: geen voorkeur hebben voor één geneeswijze, maar iedereen de vrijheid laten deze zelf te kiezen. Hij wilde exactheid en duidelijkheid. Op achtentwintigjarige leeftijd kreeg hij een benoeming als hoogleraar Anatomie aan de universiteit van Saint Louis. Deze baan nam al zijn tijd en energie in beslag, hij had voor homeopathie weinig belangstelling en kende het slechts oppervlakkig.
Kent ontdekt de kracht van de homeopathie
Hoe Kent in aanraking kwam met homeopathie is een even prachtig, als wonderbaarlijk verhaal. Kents vrouw Lucy leed aan insomnia (slapeloosheid), zwakte en bleekzucht. Talloze dokters en fysici verschenen aan haar bed, maar geen enkele kon haar genezen.
Haar conditie verslechterde en Lucy lag al maandenlang in bed. Uiteindelijk vroeg zij James wanhopig om een oude homeopaat erbij te roepen, ze had via vriendinnen goede verhalen over hem gehoord. Aanvankelijk voelde James hier helemaal niets voor. Hij had immers alle eminente artsen geconsulteerd en die hadden niets kunnen uitrichten, zou een homeopaat met belachelijke kleine doses dan verbetering kunnen brengen? Maar uit liefde voor haar en omdat hij bang was haar te verliezen, werd de oude homeopaat gevraagd te komen onder voorwaarde dat James bij het consult aanwezig mocht zijn.
De homeopaat, Dr Richard Phelan, kwam Lucy bezoeken. In de ogen van James stelde de oude dokter allerlei dwaze en niet ter zake doende vragen: hoe het emotioneel en geestelijk met haar ging, wat haar voedingsvoorkeuren waren, hoe de werking van haar spijsvertering was (terwijl ze geen spijsverteringsstoornis had), hij vroeg naar haar angsten en haar weersgevoeligheid. Na een lichamelijk onderzoek vroeg de dokter om een glas water. De dokter loste daarin een paar minuscule korrels op en gaf de opdracht dit om de twee uur te geven tot er verbetering optrad. Wat een verbeelding! James was er van overtuigd dat de man een dwaas of een bedrieger was en liet hem bepaald onbeleefd uit.
James ging naar zijn werkkamer om zijn colleges voor te bereiden en bracht zijn vrouw na twee uur het geneesmiddel om haar niet teleur te stellen. Naderhand vergat hij om nog eens te gaan en pas na vier uur ging hij de volgende dosis geven. Tot zijn verbazing vond hij zijn vrouw in een diepe slaap, iets dat al heel lang niet gebeurd was. De homeopaat kwam de dagen daarna regelmatig terug en de patiënt herstelde voorspoedig.
Dit bracht Kent in zo'n staat van verbazing dat hij samen met Phelan homeopathie begon te studeren. Hij studeerde zich wekenlang suf, tot diep in de nacht, om zich die wonderbaarlijke geneeswijze eigen te maken. En hoe meer hij studeerde, hoe groter zijn verwondering werd. Vanaf dat moment liet Kent de homeopathie nooit meer los en zou hij uiteindelijk tot één van de grootste homeopaten in de geschiedenis horen. Kents invloed op de homeopathie blijft tot op de dag van vandaag, Hahnemann daargelaten, haast ongeëvenaard. Zeker in Amerika wordt hij als de vader van de homeopathie gezien.
Werken van Kent
James Tyler Kent schreef een aantal zeer invloedrijke en bekende werken, die zelfs vandaag de dag nog gebruikt worden. Uiteraard dienen we hier het Repertorium van Kent, Homeopatische Filosofie en Lezingen over Homeopathische Materia Medica te noemen. De bekende hedendaagse homeopaat Vithoulkas merkte al eens op dat men, zonder acht te slaan op de vrucht van kennis die door Kent is geplant, niet snel een goed homeopaat kan worden. Kent verbaasde en verbaast nog steeds elke homeopaat met zijn verbluffende geneesmiddelenkennis, zijn diepgaande inzichten daarover, zijn scherpe observatievermogen en zijn enorme toewijding. Vooral Kents Materia Medica werd gezien als een enorme aanwinst voor de homeopathie in die tijd. Kent was de eerste die studenten een houvast kon geven op het gebied van geneesmiddelen door zorgvuldige en nauwkeurige beschrijvingen te geven, zodat men een goed algemeen beeld kreeg van welke symptomen bij welk geneesmiddelbeeld pasten.
Kents verdere leven en nalatenschap
Twee jaar later werd hij bij diezelfde school waar hij Anatomie doceerde benoemd tot hoogleraar Materia Medica. Ook in Chicago zou hij naam en faam maken, 35 jaar lang was Kent actief in de toepassing en onderwijskundige verspreiding van het door Hahnemann opgestelde principe van similia similibus curentur ('het gelijksoortige geneest', de basisregel van de homeopathie). Kent was erelid van veel Amerikaanse en Britse homeopatische genootschappen. Twee weken nadat zijn studenten hem hadden aangeraden op vakantie te gaan, overleed James Tyler Kent op 67-jarige leeftijd.
De nalatenschap van Kent is verbluffend. Maar hoewel Kent nog steeds invloedrijk is, overleeft ook zijn werk de tand des tijds niet. De tijd haalt mensenwerk immers altijd in, dit geldt ook voor Kents werk. Tegenwoordig zijn er kanttekeningen en ook nieuwe inzichten ontstaan ten aanzien van het werk van Kent (ondanks zijn nog altijd positieve en grootse invloed op het geheel der homeopathie):
- Kent was op het gebied van posologie (manier van inname van geneesmiddelen) een strikte aanhanger van de 4e editie van de Organon. De Organon is het beroemde boek van Hahnemann over de grondregels en principes van de homeopathie). Dit impliceerde de droge inname van korrels (korrels laten smelten onder de tong) om vervolgens af te wachten wat dit teweegbracht. Dit terwijl Kent ook de beschikking had over de 5e editie van de Organon, die voorschrijft dat men korrels moet oplossen in water en meerdere keren moet innemen.
- Bovendien was de 6e editie van Hahnemanns organon nog niet beschikbaar in Kents tijd, vandaar dat een en ander is achterhaald.
- Sommige samenvattingen van de geneesmiddelproeven door Kent en de verslagen in zijn Repertorium zijn onnauwkeurig of totaal onjuist geschreven, waarschijnlijk om tegemoet te komen aan de eisen van de drukker.
- Kent legde volgens veel huidige critici teveel nadruk op de mentale symptomen in plaats van te kijken naar de algehele symptomen. Anderen vinden dit juist weer een goede zaak, waardoor dit punt nogal wat controverse met zich meebrengt.
- Kent stond erom bekend om bij iedere patiënt in het begin van de behandeling verergingsverschijnselen te willen zien om bevestigd te krijgen dat hij de juiste geneesmiddelkeus had gemaakt. Dit staat echter recht tegenover Hahnemanns beginsel van zachtzinnige, snelle en permanente genezing.
- Kent was bekend om zijn ontkenning van de conventionele theorie omtrent infectieziekten. Hij ontkende dat bacteriën een ziekte konden veroorzaken. Enkele citaten:
'The microbe is not the cause of disease. We should not be carried away by these idle Allopathic dreams and vain imaginations but should correct the Vital Force.' (Kent, 1926)
'The Bacterium is an innocent feller, and if he carries disease he carries the Simple Substance which causes disease, just as an elephant would.' (Kent, 1926)
- Kent was ervan overtuigd dat ziekte een verstoring van de levenskracht was en dat eventuele microben daarom een kans kregen. Indien de mens goed in evenwicht was kon hij niet ziek worden. Kent ging dus uit van een spirituele benadering van ziekte en was van mening dat geneeskunde en theologie niet gescheiden moesten worden:
'You cannot divorce medicine and theology. Man exists all the way down from his innermost spiritual to his outermost natural.' (Kent, 1926)
Op het Kentcollege delen we de mening dat ziekte haar oorzaak vindt in de uit evenwichtzijnde mens, waardoor bacteriën of virussen schade kunnen veroorzaken. Ondanks de kanttekeningen en het feit dat wij geen Kentiaanse homeopathie meer doceren en bedrijven, is en blijft Kent een grootheid in de homeopathie.