Modules per jaar
Jaar 1
- Materia Medica: dit zijn de verzamelde gegevens van geneesmiddelproeven aangevuld met klinische ervaring en casuïstiek. Binnen onze opleiding zijn we al heel ver om deze gegevens op een totaal nieuwe manier te presenteren. Toen de homeopathie begon in het midden van de 19e eeuw, waren de kenmerken van de geneesmiddelen slechts lange lijsten van opsommingen. Aan het begin van de 20e eeuw was het J.T. Kent, die opsommingen begon te doceren en op te schrijven in samenhangende beelden: het geneesmiddelbeeld. Nu leert elke homeopaat de geneesmiddelen op deze manier. In de afgelopen 40 jaar zijn onze inzichten echter steeds dieper geworden; we weten nu dat elke geneesmiddel een eigen ontwikkeling heeft. Sommige symptomen horen bij het begin van een ziekteontwikkeling, anderen komen in een later stadium of in een eindstadium voor. Daarnaast is er samenhang tussen verschillende geneesmiddelen; ze lijken op elkaar, delen symptomen, volgen goed op elkaar of juist niet.
En soms zijn er opmerkelijke overeenkomsten tussen de grondstof (de plant, het dier, het mineraal) en het geneesmiddel.
Al deze zaken staan beschreven in onze uitgebreide Materia Medica syllabi; we hebben bovendien de kennis en visie van verschillende homeopaten en uit diverse Engelstalige of Duitstalige boeken gebundeld in ons lesmateriaal. We leren je in de Materia Medicalessen wat de belangrijkste en veel gebruikte middelen zijn en wat hun typische psychologische en lichamelijke kenmerken zijn, zodat je ze leert te onderscheiden van andere middelen. De studie daarvan gebeurt in groepen verwante middelen (familiegroepen), bijvoorbeeld op basis van botanische of minerale verwantschap. We behandelen elk middel apart 'en leren je hun onderlinge samenhang. In het eerste jaar behandelen we Planten 1: De belangrijkste acute middelen met als belangrijkste familie de composieten, waaronder bijvoorbeeld Arnica.
- Inleiding in de homeopathie: dit is een eerste inleiding in de homeopathie en haar grondslagen en is bedoeld om je een overzicht te geven van de verschillende elementen van het vak en je te laten kennismaken met de denkwijze van Hahnemann. Atropa Belladonna © 2010 Anne Müller
- Het genezend principe: dit is de eerste verdiepende module in het vak. Het gaat over wat er nu eigenlijk genezend werkt, wat er onderdrukt en ziek maakt onder wat voor omstandigheden, en wat de gevaren en valkuilen zijn bij het werk als genezer.
- De geschiedenis en filosofie van de geneeskunde: deze module gaat eigenlijk niet direct over homeopathie, maar indirect weer wel. We reizen in deze module door de geschiedenis van de mensheid heen. We kijken naar verschillende periodes van culturele ontwikkeling (van 10.000 jaar vóór Christus tot heden), naar de ontwikkeling van verschillende visies op aarde en van het wezen van de mens en daarmee de ontwikkelingen ten aanzien van de visie op ziekte en gezondheid. Daaruit zijn geneeswijzen, geneesvisies en inzichten ontstaan. Deze veranderen door de loop van de eeuwen samen met cultuur, filosofie en kennis. Daarbij ontdekken we dat vooruitgang niet altijd een betere geneesvisie en geneeskunde oplevert en het leert je om in te zien hoe de homeopathie is ingebed in een lange ontwikkeling en waar de verschillen met de huidige universitaire geneeskunde vandaan komen.
Jaar 2
- De geneesmiddelproef: de homeopathie werkt met stoffen afkomstig van planten, dieren, mineralen, maar ook van mensen, bacteriën en virussen. Het puur innemen van die stoffen zou soms levensgevaarlijk kunnen zijn. Daarom verdunnen (potentiëren) we die stoffen (zie ook jaar 3: de potenties). Vaak verandert de werking van de stof door het potentiëringsproces. Om te kunnen zien welke werking geneesmiddelen precies hebben, doen we als homeopaten geneesmiddelproeven. Bij een geneesmiddelproef neemt een groep mensen een homeopathisch geneesmiddel eigenlijk te sterk of te vaak in, waardoor ze de symptomen van het geneesmiddel gaan vertonen. Die symptomen worden nauwkeurig geregistreerd en vormen de basis van een geneesmiddelenbeeld. We leren je in deze module hoe dat proces werkt en welke voorwaarden daarbij van groot belang zijn om zo zuiver mogelijke gegevens te krijgen. Die hebben we immers nodig om te zorgen dat we het juiste geneesmiddel kunnen voorschrijven aan de patiënt.
- Materia Medica: we behandelen de volgende modules: Planten 2, alle planten die sporen maken of naaktzadig zijn, met daarin een aantal belangrijke grote middelen waaronder Thuja en Lycopodium; Planten 3: onder andere de ranonkels en schermbloemigen (met bijvoorbeeld Aconitum en Conium); Mineralen 1, je krijgt een introductie in de minerale geneesmiddelen, maar ook in de basale scheikundige inzichten die nodig zijn om verbindingen tussen minerale stoffen te begrijpen. Ook hier behandelen we de middelen groepsgewijs. In deze module komen alle halogeenverbindingen aan de orde: fosfor, zwavel, broom, jood en dergelijke.
- Repertorisatie: het repertorium is eveneens (net als de Materia Medica) een organisatie van symptomen afkomstig uit de geneesmiddelproeven, in dit geval zijn ze niet op middel, maar op symptoom georganiseerd. Je kunt dan zoeken op bijvoorbeeld 'angst voor honden' en dan kijken welke geneesmiddelen dat symptoom hebben. Het repertorium is een handig instrument om na te slaan welk geneesmiddel passend kan zijn. We leren je binnen deze module de weg te vinden in het repertorium en je krijgt een heleboel oefeningen waarmee je thuis aan de slag kunt. Het repertorium is er ook in digitale vorm, in de praktijkjaren leren we je daarmee te werken. Het is echter van groot belang dat je het eerst de papieren versie leert kennen, omdat je zo de structuur van het repertorium goed leert. Pas wanneer je deze echt goed kent, kun je met de elektronische versie gaan werken.
- Werkstuk plant: door zelf een werkstuk te maken over een plant (die wordt gebruikt als geneesmiddel) leer je wat de verbanden zijn tussen de manier waarop de plant zich ontwikkelt en groeit en het geneesmiddelbeeld. Een zeer interessant en leerzaam proces.
Jaar 3
- De anamnese: dit is de tweede belangrijke verdiepingsmodule. Het leert je hoe je in een gesprek met je patiënt de juiste gegevens kunt krijgen op grond waarvan je een geneesmiddel kunt gaan voorschrijven. Eigenlijk is dit onderdeel de kern van ons werk als homeopaat. In deze gesprekken, die tussen de één en twee uur duren, proberen we inzicht te krijgen in alle klachten en moeilijkheden, maar ook voorkeuren, sterke en zwakke kanten van de mens die ons bezoekt voor hulp. Als we deze gesprekken niet goed voeren, krijgen we niet de goede informatie en kunnen we de ander nooit helpen.
- De analyse: het verwerven van gegevens en inzicht tijdens het anamnese gesprek is één. Vervolgens moet er met die gegevens iets gedaan worden. We leren je aan de hand van tien stappen de belangrijke gegevens uit het anamnese gesprek te halen die we kunnen gebruiken voor het geneesmiddel voorschrift. Daarbij leren we je te onderscheiden welke klachten en symptomen belangrijk zijn, welke minder.
- De potenties: homeopathische geneesmiddelen zijn "gepotentieerd". Dat houdt in dat de oorspronkelijke stof verdund en geschud is. Een mysterieus proces en één van de peilers waarop homeopathie berust. Tegelijk ook één van de meest bekritiseerde elementen van de homeopathie. In deze module leren we je hoe dat proces van het maken van de geneesmiddelen verloopt en hoe die verschillende soorten potenties tot stand komen. Daarbij besteden we aandacht aan de werking van die verschillende potenties en hun gebruik in de praktijk.
- Vervolgmodule repertoriseren
- Materia Medica: Planten 4, waarin we de nachtschadefamilie (met bijvoorbeeld Belladonna) behandelen; Planten 5, de kleinere middelen; Mineralen 2, waarin onder andere alle metalen worden behandeld zoals Aurum (goud) en Argentum (zilver).
- Praktijktraining 1: in deze module oefen je om het tot nu toe geleerde in praktijk te brengen. Eerst nog met videocasuïstiek en op studiegenoten.
Jaar 4
- De behandeling: een module waarin de voorgaande modules worden geïntegreerd tot een gedegen inzicht in hoe een behandeling dient te verlopen.
- Vervolgmodule repertoriseren
- Materia Medica: Mineralen 3, met daarin belangrijke geneesmiddelen als Natrium muriacticum; Mineralen 4, met daarin belangrijke geneesmiddelen als Calcium carbonicum; Dieren 1 & 2, in deze twee modules worden de belangrijkste geneesmiddelen behandeld die gemaakt zijn van dieren of dierlijke uitscheidingen. Aan bod komen de middelen gemaakt van diverse slangen- en spinnengiffen, maar ook de moedermelk van diverse dieren (koe, dolfijn, leeuw, en dergelijke); Nosoden, geneesmiddelen gemaakt van ziekteverwekers als tuberculose en koepokken.
- Praktijk training 2: in deze module ga je nog meer zelf toepassen wat je geleerd hebt en oefenen op andere mensen (vrijwilligers of klasgenoten).
Jaar 5 en 6 (de praktijkjaren)
- Ziekteclassificatie: in deze module, die verspreid wordt over de praktijkjaren, leer je kijken hoe verschillende ziektepatronen met elkaar samenhangen en na elkaar volgen.
- Richtingen in de homeopathie: hier kijken we naar de verschillende scholen en visies op het vak, nieuwe ontwikkelingen en leren we daar kritisch over na te denken.
- Eindscriptie: aan het einde van je opleiding (als je voldoende patiënten zelf behandeld hebt en voldoende studiepunten hebt behaald) maak je van zeven patiënten een overzicht van de behandeling en voegt daar je eigen visie op het vak aan toe alsmede een zelfreflectie over wat je als ontwikkeling hebt doorgemaakt en waar je sterke en zwakke punten liggen.
- Patiënten: je behandelt, onder begeleiding, zowel in de les als daarbuiten minimaal 12 patiënten met minimaal drie consulten per patiënt. Daarnaast kijk je bij vele patiënten die door je medestudenten behandeld worden via een videosysteem mee. Je leert meedenken en bespreekt de mogelijkheden, moeilijkheden en twijfels met elkaar. Een zeer leerzame periode die jou goed voorbereid op het werk na de opleiding.